» Vorige reis naar Santiago

Pelgrimage Rheden - Santiago de Compostela
April - juli 2005


Santiago 001
Afscheid bij het pontje

Op 3 april 2005 vertrok ik samen met Joop Kamphuis vanaf de St. Mauritiuskerk in Rheden voor onze voettocht naar Santiago. Diverse keren hebben we over deze tocht verteld. Onderstaande tekst was daarbij onze leidraad.

Waarom?
Het idee om een pelgrimstocht te gaan maken naar Santiago de Compostela is langzaam gegroeid. De belangstelling voor wandelen is begonnen nadat ik besloten had deel te nemen aan de Nijmeegse Vierdaagse. Om te oefenen heb ik honderden kilometers gelopen. Het lopen begon steeds meer te bevallen. Vroeger ging me dit te langzaam af en pakte ik liever de fiets, maar nu vind ik lopen de mooiste manier om te reizen. Je ziet zoveel meer dan op de fiets, of in de auto. Ook heb je als wandelaar, zeker met rugzak, sneller contact met andere mensen.
Na 3 keer de Nijmeegse Vierdaagse gelopen te hebben hoorde of las ik iets over Santiago de Compostela. Vanaf toen is het idee bij mij gaan leven om een keer in het voetspoor van de pelgrims te treden, de weg naar het graf van de apostel Jacobus waarop al meer dan 1000 jaar pelgrims zijn gegaan.
Volgens de legende heeft de apostel, Jacobus de meerdere, in Spanje missiewerk gedaan. Later is hij naar Jeruzalem teruggegaan en is daar de martelaarsdood gestorven. Zijn leerlingen legden zijn stoffelijk overschot op een schip, dat geleid door engelen in 7 dagen naar Galicië is gevaren. Hij werd begraven op de plaats waar nu Santiago de Compostela ligt. Dit gebeurde op 25 juli, nog altijd de feestdag van de H. Jacobus. Het graf raakte vervolgens in de vergetelheid. Rond het jaar 842 vond een kluizenaar, die lichtverschijnselen zag en mooie muziek hoorde, het graf. De bisschop werd in kennis gesteld en deze stelde vast dat het om het gebeente van de apostel Jacobus ging. De mare verspreidde zich snel en vanaf die tijd bezoeken pelgrims het graf.
Het bezoeken van het graf van de H. Jacobus was voor ons niet het hoofddoel, meer het eindpunt. Het belangrijkste doel was het onderweg zijn, mensen ontmoeten, los komen van alle normale zaken, zoals gezin/familie, werk, vereniging, parochie. Tijd om je leven te overdenken, terugblikken naar je leven tot nu toe en nadenken over wat je verder wilt met je leven en misschien ook wel over wat je niet (meer) wilt.

Santiago 263
Marc en Joop onderweg

Voorbereiding
Ik vroeg Joop, inmiddels ook een verwoed 4-daagse loper, om samen met mij te gaan. Joop was direct enthousiast, maar Hanna, zijn vrouw, helmaal niet. Nadat Hanna meer informatie had over pelgrimeren en Santiago de Compostela, vond ze het goed dat Joop zou gaan en werd zelfs zeer enthousiast. Mijn vrouw Gerda heeft mij bij deze plannen nooit iets in de weg gelegd. Wel had ik het besef dat het allemaal wel mogelijk moest zijn, financieel en qua tijd.
Vanaf dat moment is geleidelijk het idee van een lange afstand wandeling gegroeid tot een echte pelgrimage. Lezen over Santiago de Compostela en over de route, lid worden van het Genootschap van Sint Jacob en andere pelgrims ontmoeten op regiobijeenkomsten en in de Jacobskapel in Nijmegen.
Op mijn werk ben ik verlofdagen gaan opsparen. Het is mogelijk om eens in de 5 jaar 3 maanden sabbatverlof op te nemen. Hiervoor kun je op diverse manieren sparen, Ook heb ik een aparte spaarrekening geopend om voldoende geld te hebben voor een dergelijke lange reis. Joop spaarde ook verlof door bijvoorbeeld meer te werken dan hij volgens zijn leeftijd verplicht was.
Joop en ik hebben 2 maal samen geoefend. In 2002 hebben we in 15 dagen het Pieterpad gelopen. In 2003 liepen we samen het Pelgrimspad, van Amsterdam naar Visé. Zo hebben we ervaren wat het is om met een rugzak te lopen en zijn we er achter gekomen dat we het prima met elkaar konden uithouden, ook wanneer we vermoeid zijn.
In 2004, een heilig jaar voor Santiago de Compostela, zouden we op pad gaan. (Wanneer de feestdag van de H. Jacobus, 25 juli, op een zondag valt, spreekt men van een heilig jaar) In de zomer van 2003 kreeg Joop last van hartritme stoornissen. Onderzoek wees uit dat hij een verkalkte hartklep had en deze vervangen moest worden. Deze tegenslag hebben we niet tot een teleurstelling laten worden. We hebben direkt de tocht een jaar uitgesteld. Zo hadden we een extra jaar om ons voor te bereiden (en ons te verheugen) en Joop had ruim de tijd om goed te herstellen. In een heilig jaar zou het ook erg druk worden op de Spaanse route en het zou wel eens moeilijk kunnen zijn om altijd een overnachtingsplek te vinden. Een jaar later gaan heeft dus ook voordelen.

Santiago 142
Een wat moeilijk begaanbare weg

De tocht
3 april 2005 is voor ons de allermooiste dag geworden van onze pelgrimage. De manier waarop wij uitgeleide werden gedaan door onze parochie, door bekende pelgrims, door familie en vrieden was overweldigend. We hebben ons vaak afgevraagd waaraan we dat verdiend hadden. Het was een mooie viering. De pastor wist in zijn overweging de woorden goed te kiezen en met de pelgrimszegen voelden we ons echt gezonden vanuit de parochie.
Onze tocht had voor ons 3 belangrijke aspecten, de natuur, bezinning en de ontmoetingen.
De natuur. We liepen in het voorjaar en hebben de ontwikkeling van de natuur intens meegemaakt. Bij ons vertrek was alles nog kaal, maar al snel zagen we struiken en bomen uitlopen en zagen we de bloemen verschijnen. We zien ooievaars op hun nest. Al in onze eerste week proefden we van de eerste asperges. In Zuid Limburg in de Ardennen zagen we hele tapijten van bosanemonen. We hebben in Frankrijk het koolzaad zien groeien, bloeien en uitgebloeid zien raken. In de Champagnestreek kwamen de eerste blaadjes aan de wijnstokken en in de Rioja in Spanje hingen al hele trossen druiven aan de wijnranken. Een heel groot deel van onze tocht hebben we dagelijks de koekoek horen roepen. We hebben wild gezien, zoals reeën, een vos, een marterachtig dier en heel veel vogels en vlinders. Eenmaal tijdens een lunch in het bos, kwam een ree aanrennen en stopte 15 meter van os, keek een tijdje rond en liep vervolgens luid blaffend weer verder. We hebben kolossale bomen gezien, bomen die al meerdere eeuwen pelgrims voorbij hebben zien komen. We hebben van de natuur enorm genoten.
Bezinning. We liepen met zijn tweeën, maar vaak waren we stil en liepen met onze eigen gedachten. Ik was van plan om na te denken over mijn leven en over de toekomst. Het enige dat bij mij naar boven kwam in de loop van de weken was een intens diepe dankbaarheid. Dankbaar jegens mijn schepper voor mijn leven, mijn gezondheid en kracht om deze pelgrimstocht te kunnen doen. Dankbaar voor een geweldige echtgenote die mij heeft laten gaan, voor de kinderen waar ik trots op ben. Dankbaar voor veel lieve mensen die ons onderdag gaven, die voor ons baden en kaarsen brandden, die ons te eten gaven. Dankbaar voor familie, vrienden en parochianen die met ons meeleefden.
Onderweg heb ik ook veel gebeden, wat dat betreft is het een echte bedevaart geworden. Gebeden uit dankbaarheid, gebeden voor diverse noden en voor mensen die mij dierbaar zijn en vooral voor die mensen die wat extra steun konden gebruiken. We hebben ook regelmatig kaarsen opgestoken bij diverse heiligen, vooral ook op verjaardagen van familieleden. Met de elektrische kaarsen die we in het zuiden tegenkwamen hadden we wat moeite.
Ontmoetingen. We hebben heel wat bijzondere ontmoetingen gehad. Een aantal van deze ontmoetingen vermeld ik hier.
Op ons overnachtingadres in Visé (speciaal pelgrimstarief) kregen we een pelgrimsadres in Angleur bij Luik. We gaan hier naartoe. Na enkele keren aanbellen worden we binnengelaten We worden direct vrienden genoemd en krijgen een borrel op onze vriendschap. George Meurs, zeg maar captain John, is in 2001 naar Santiago gefietst. Hij heeft daar aan St. Jacobus gevraagd: ”Wat wilt ge van mij?” Hij kreeg toen de ingeving om pelgrims onderdak te geven. Hij heeft enkele appartementen gebouwd en één daarvan is bestemd als refugio. We mogen niets betalen. Hij ziet het als zijn plicht om voor ons te zorgen. Jacobus zorgt voor de financiën, Captain John heeft een grote prijs gewonnen, naar zijn zeggen, en van de rente kan en wil hij 100 pelgrims per jaar verzorgen en onderdag geven. Wij zijn in 2005 nummer 8 en 9. Na het douchen drinken we met zijn drieën een fles champagne en bij het eten nog een fles rode wijn. De hele avond vertelt hij verhalen. Hij noemt ons “uitverkorenen”. Zo zagen wij onszelf ook en niet als mensen die bezig zijn met een prestatie.

Santiago 510
Marc in klederdracht

Onderweg naar Namen volgen we de Via Mosana, bewegwijzerd met het schelpteken. Op een gegeven moment hebben we blijkbaar een teken gemist en lopen verkeerd, langs de grote weg. Plotseling stopt er een auto en de chauffeuse gebaart iets naar ons. De vrouw vertelt ons dat haar broer ook naar Santiago is gelopen en dat we in Namen bij hem langs moeten gaan en daar kunnen slapen. Zij geeft zijn adres en ze zal hem alvast bellen. Bij de toeristeninformatie krijgen we een plattegrond van de stad. We moeten de hele stad door en tenslotte behoorlijk klimmen. We zijn bekaf als we bij Emile Gerard aankomen. Op ons bellen wordt echter geen gehoor gegeven. Na een tijdje loop ik om het huis heen en tref een amn en een vrouw in de tuin. De pelgrims worden direct binnen gelaten. Zijn zus heeft niet gebeld, of ze hebben de telefoon niet gehoord. Ze waren de hele dag in de tuin aan het werk. Mevrouw gaat een kamer voor ons gereed maken en ondertussen krijgen we een biertje. Na het douchen staat er een maaltijd klaar en na het eten neemt Emile met ons de GR route door, omdat niet alles klopt in het boek. Daarna nog fot’s gekeken. Geweldig hoe deze mensen enkele wildvreemden zomaar binnenhalen in hun huis. Niet voor niets verkeerd gelopen.
Net in Frankrijk vinden we na een zware dag geen plaats in de herberg. Hotel vol, Auberge vol, pastoor niet aanwezig, VVV gesloten, de gemeente heeft geen mogelijkheid. Toch maar weer gevraagd bij de auberge. Een mevrouw die er werkt belt even met haar man en dan mogen we in hun tuinhuis overnachten. Hier staat een bedbank. In de auberge kunnen we douchen. Het is weer voor elkaar gekomen.
In Châlons en Champagne gaan we naar de VVV. De jeugdherberg is tijdelijk gesloten, maar ze sturen ons naar de kerk van Notre Dame en Vause. Hier krijgen pelgrims een stempel en de vrijwilligers proberen een slaapplaats te regelen bij particulieren. Wij komen terecht bij mevrouw Barbier. Deze weduwvrouw van zeker 70 jaar woont alleen in een groot oud huis. Ze laat deze vreemde kerels zo maar binnen en gaat vervolgens zelf naar de bakker, wanneer wij gaan douchen. Wat een vertrouwen. Zij wil niet dat we in een restaurant gaan eten. Wij zijn te gast en zij zorgt voor ons. Zij wil absoluut niet dat wij betalen voor de genoten gastvrijheid, bidden voor haar in Santiago is voldoende. Zij heeft van ons een kaart ontvangen uit Santiago.
Op de eerste dag dat mijn zus Milie een week meeloopt, missen we een afslag en kunnen een halve kilometer verder via een bospad terug naar de route. We komen nu langs Sèche-Fontaine. Bij een groot huis zitten mensen buiten en zwaaien naar ons. We gaan erheen om onze watervoorraad aan te vullen. Water is geen probleem, koffie ook niet. Het zijn Nederlanders bij hun vakantiehuis. Even later zitten we gezellig te kletsen, nadat we hun huis hebben bewonderd. Na de koffie krijgen we een rondleiding langs de bron, de resten van een klooster, een huis, gebouwd in 1910 dat nooit bewoond is geweest en langs een kelder. We lunchen gezamenlijk aan een lange tafel. Met ons eigen brood erbij is er genoeg. Geweldig zo’n ontmoeting. Nu weten we waarom we de afslag gemist hebben.
Op de laatste dag van de week waarin Milie meeloopt hebben we 2 bijzondere ontmoetingen.
Bij Les Herodats, een gehucht, zien we wandelschoenen en rugzakken bij een deur staan. Als we even stoppen gaat de deur open en worden we uitgenodigd voor een kop koffie. Francis en Martine Pinois nodigen regelmatig pelgrims en wandelaars uit voor een kop koffie. We krijgen ook brood en een gepofte aardappen en proeven zelf gestookte sterke drank. Een geweldige opkikker, dit gastvrij onthaal, nadat we de hele dag nog niets konden kopen.
In Vezelay zoeken we onderdak bij de zusters Franciscanessen. Er is echter geen plaats meer. In Vezelay is een jongerenweekend en alles zit vol. Een Nederlandse vrouw, die met een groep een deel van het centrum heeft gehuurd, zegt tegen de zuster dat er bij hen nog wel plaats is, met 1 bed op de grond lukt het. De zuster vind het goed en zorgt zelf voor een extra matras en dekens. De vrouw uit Apeldoorn kwam net op tijd. De volgende morgen nemen we afscheid van Milie en gaan daarna naar de mis in de kathedraal. De bisschop van Lyon gaat voor. Aan het begin van de mis komen 600 jongeren in processie de kerk binnen, elke groep heeft zijn eigen kleur sjaal en zwaait ermee, een geweldig gezicht.
In Douzillac bezoeken we een kerk. Er komt een man binnen die ons aanspreekt, een Australiër die naast de kerk een huis heeft. Hij nodigt ons uit iets te komen drinken. Even later zitten we met een kop koffie te praten met hem en zijn vrouw. Zij wil ook graag naar Santiago lopen, in etappes. We praten over onze tocht en laten hen onze site zien. We mogen zelf ons gastenboek lezen en een bericht toevoegen. Dan worden we ook nog uitgenodigd met hen te lunchen. Geweldig, heel gezellig en hartelijk.
Op de laatste zondag voor onze aankomst in Santiago is het zo warm dat we op een gegeven moment gaan pootje baden in de rivier om een beetje af te koelen. Iets verderop brengt een Spaanse familie de zondagmiddag door. Wanneer we met de voeten in het water zitten komt een dame van de familie naar ons toe met een bord met vlees voor ons. Wanneer we het bord terugbrengen en hen bedanken krijgen we ook nog brood, wijn, koffie, sterke drank en meloen. Met een beetje Frans en enkele Spaanse woorden, die we inmiddels kennen voeren we een gesprek. Handen en voeten hebben we hierbij ook nodig, maar het lukt en is erg gezellig. Wat een spontaniteit.
Behalve de hier gemelde ontmoetingen met spontane mensen hebben we ook heel veel pelgrims ontmoet. Sommigen zagen en of spraken we maar 1 maal, anderen kwamen we meerdere dagen tegen en een enkeling kwamen gedurende een aantal weken regelmatig tegen. We hebben hieraan enkele leuke contacten overgehouden.

Santiago 130
Marc en Joop onderweg

Natuurlijk hebben we veel kerken en kathedralen gezien en bewonderd. Eénmaal zijn we uit de kerk gezet in Spanje. We bekeken een prachtige Romaanse kerk. Ik liep met pijn in mijn nek naar de gewelven te kijken en het beeldhouwwerk toen ik plotseling merkte dat de eerst behoorlijk met mensen gevulde kerk bijna leeg was. Een dame stond bij de deur te wachten tot ook wij zouden vertrekken. Het was 2 uur en de siësta was begonnen. Na 5 uur mochten we terugkomen.
Nog een kerk waarover ik iets wil vertellen is de kathedraal van Santo Domingo de la Calzada. De kerk is vooral bekend vanwege een hok binnen in de kerk met daarin een levende kip en haan. Dat is misschien wel de bekendste legende van de Camino.
Volgens overlevering ging een Duits pelgrimsechtpaar met hun zoon naar Santiago. In Santa Domingo sliepen ze in een herberg. De dochter van de herbergier werd verliefd op de jongen, maar deze beantwoordde haar liefde niet. Het meisje nam wraak en stopte een zilveren beker in zijn bagage. Hij werd gepakt en voor straf opgehangen. De ouders gingen toch naar Santiago de Compostela maar op de terugweg gingen ze nog even langs Santa Domingo en wat bleek:de jongen leefde nog. Daar had St.Jacques voor gezorgd. Zij naar de rechter die net kip zat te eten. Hij geloofde het verhaal niet en zei:"De jongen is net zo dood als deze twee kippen" Op dat ogenblik werden de kippen weer levend, de jongen werd aan zijn ouders meegegeven en het meisje ter dood gebracht. Sindsdien hebben er steeds een levende haan en kip een plaats in de kerk. Het zou ook geluk brengen wanneer de haan kraait wanneer je als pelgrim de kerk bezoekt. Tijdens ons bezoek kraaide de haan we 4 keer, wel erg veel geluk. Echter niet voor broeder Rafael, een benedictijner monnik die we hebben ontmoet en die een deel van de camino liep.
Hij kreeg de volgende dag veel last van zijn enkel waardoor hij nog maar weinig kilometers kon lopen. Met broeder Rafael hebben we contact gehouden en in januari 2006waren we uitgenodigd bij zijn eeuwige professie en zijn Joop en ik een heel weekend in Meschede in het klooster geweest.
De thuiskomst
Onderweg hebben we ook het gemis ervaren van onze familie thuis. Halverwege onze tocht begon ik al naar het einde te verlangen, zodat ik Gerda weer zou zien. Joop kreeg vooral meer haast na de geboorte van zijn kleinkind Julie.
In Santiago hebben we enkele dagen doorgebracht. We kwamen veel pelgrims tegen die we de laatste weken hadden ontmoet. Eén van de eerste zaken die we hebben geregeld was de terugreis. Op zaterdag bezoeken we de pelgrimsmis en zijn getuigen van het zwaaien van de bota fumeiro, het grote wierookvat, dat wordt bediend door 8 personen. Een toeristische attractie van de eerste orde. Volgens de verhalen werd dit vroeger gedaan om de stank van de pelgrims te verdrijven die na een lange tocht in de kathedraal overnachtten. Verder zijn we nog naar Finisterre geweest, de meest westelijke punt van het vaste land van Europa. Op 5 juli stappen we in de bus en halen 30 uur later in Breda de trein om op tijd in Rheden te zijn, waar ons een bijzonder warme ontvangst wacht. Het hele perron staat vol met familie, vrienden en parochianen. Geweldig om weer thuis te zijn.
Daarna mocht ik het gewone leven weer oppakken. Dat is mij erg meegevallen. Ik had verwacht een enorme drang tot lopen te hebben de eerste tijd. Dit was niet zo. Wat ik wel erg mis is het buiten zijn. Wat heeft het verder gebracht? Ik heb geleerd dat je maar weinig nodig hebt in het leven om echt gelukkig te zijn. Ik heb ervaren dat er veel mensen zijn die iets voor een ander willen doen, zonder daar iets voor terug te verwachten, mensen die zonder angst enkele wildvreemde kerels in huis halen. Dat vond ik heel bijzonder.

Santiago 535
Aankomst Santiago de Compostela
[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Bekijk hier alle foto's!

www.pelgrimswegen.nl


Copyright 2002-2012